Jac Smits is met moderne (hulp)middelen phytophthora de baas

Bij Smits Akkerbouw, met drie locaties in de Noordoostpolder, wordt samenwerking met hoofdletters geschreven. En de samenwerkende neven mogen graag iets nieuws proberen. Ook bij de aanpak van phytophthora worden nieuwe hulpmiddelen niet geschuwd. “Je kunt de phytophthora er beter uithouden dan een stopbespuiting uitvoeren."

“We hoeven niet persé koploper te zijn, maar we gaan wel graag mee met onze tijd. Nieuwe dingen uitproberen ligt ons wel. Dat is een familietrekje.” Met een paar korte zinnen geeft Jac Smits aan het begin van het interview een trefzekere schets van het akkerbouwbedrijf dat hij samen met zijn neven Bas en Thijs runt. In hun bouwplan, dat grofweg 400 hectare omvat, zijn pootaardappelen met 150 hectare de grootste teelt. Ook zaaiuien, winterpeen en consumptieaardappelen doen met arealen van 40 tot 60 hectare een flinke duit in het zakje.

Samenwerken en innoveren

Om het praktisch te houden hanteren de neven een globale taakverdeling maar dat is niet het belangrijkste kenmerk van hun bedrijfsvoering “Het draait bij ons om samenwerking. Onze ouders werkten al samen en als kinderen speelden we samen in de zandbak. Het is ons met de paplepel ingegoten. En onze ouders staan nog steeds klaar om te helpen.” Nieuwe dingen uitproberen is ook een familietrekje, stelt Jac.

“Smits Akkerbouw was in 1995 de eerste die uien ging telen op 2,25 meter. De hele mechanisatie was ingericht op 4,5 meter.” Ook anno 2025 zijn op het bedrijf verschillende innovaties te vinden. Twee Flikweert Vision installaties lezen het pootgoed en de bovenmaat wordt nagesorteerd met een Ge-Jo Smart Grader. Van de selectierobot hoopt Jac dat die gemeengoed is voordat de virusproblemen uit de hand lopen. “We hebben steeds minder mogelijkheden om luizen aan te pakken. Daarom zijn wij ook al aan het schuiven in ons rassenpakket. We focussen steeds meer op rassen die minder virusgevoelig en vroeg oogstbaar zijn.”

Phytophthora-app

Ook op het gebied van gewasbescherming pakken de neven vernieuwingen makkelijk op. Ze hebben een eigen spotsprayer en hun zelfrijdende veldspuit met doppen op 25 centimeter wordt fanatiek gebruikt om rijspecifiek te spuiten. ”De eerste drie à vier luisbespuitingen doen we met twee doppen per rij waardoor we met 40 procent minder spuitvloeistof toekunnen. En in de consumptieaardappelen beginnen we bij de phytophthorabespuitingen met één dop per rij en besparen we 60 procent spuitvloeistof”, beschrijft Jac. “Dat geeft een flinke middelbesparing en de effectiviteit leidt er niet onder.” Beslissingen over het tijdstip van de phytophthorabespuitingen neemt Jac sinds twee seizoenen mede op basis van de Agrifirm phytophthora app. “Dat is een prima hulpmiddel; het heeft ons afgelopen seizoen meermaals geholpen om een langer spuitinterval aan te houden. In pootgoed kan dat ook iets makkelijker omdat je altijd vrij snel weer terugkomt met de veldspuit voor de luisbespuitingen. Maar je moet natuurlijk altijd je boerenverstand blijven gebruiken. Want bladgroei is belangrijker dan de kalender.”

De aardappelen van Jac Smits van Smits Akkerbouw

Combineren en afwisselen

Het combineren en afwisselen van phytophthoramiddelen hebben de neven, net als de meeste collega-akkerbouwers, vanaf seizoen 2024 snel omarmd. “Onze adviseur heeft de achterliggende FRAC-regels over resistentiemanagement helder toegelicht. Dat helpt om de nieuwe schema’s goed te begrijpen.” Jac was dan ook niet verbaasd toen hij voor seizoen 2025 het nieuwe middel Zampro Plus in het schema zag verschijnen. “Het gewas groeit in die fase snel en volgens de adviseur past Zampro Plus daar goed bij. We hebben het in de meeste pootgoedrassen gespoten op T1 en T3 en in de vroegste ook op T5. Het is ons goed bevallen en we gaan er volgend jaar mee door.”