“Boerderij van de Toekomst is absoluut geen WUR-speeltje. Het is een uitnodiging aan de hele sector om samen verder te bouwen aan een toekomst die werkt voor de boer, de bodem én de maatschappij”, vindt projectleider Pieter de Wolf. Hoewel het project ‘Boerderij van de Toekomst’ na zes jaar noodgedwongen in de pauzestand gaat, hoopt hij dat het gedachtegoed de sector blijft inspireren.
In 2019 ontstond binnen Wageningen University & Research het idee voor een experimenteerplek in Lelystad waar ‘de landbouw van morgen’ vandaag al wordt uitgeprobeerd. Al snel sprak men over ‘Boerderij van de Toekomst’. Het initiatief moest voortbouwen op lopende onderzoeksprojecten in Lelystad met onder meer strokenteelt, niet-kerende grondbewerking en proeftuinen voor agro-ecologie en precisielandbouw. De ambitie: een landbouwsysteem ontwikkelen dat niet één aspect van het bedrijf of de teelt verbetert, maar integraal bijdraagt aan een toekomstbestendige landbouw. Het was gebaseerd op de visie ‘Waardevol verbonden’ van het toenmalige ministerie van LNV, die duurzaamheidsthema’s voor bodem, gewasgezondheid en dierwelzijn met elkaar verbond.
Boerderij van de Toekomst begon in 2020 als een vierjarig project, mede gefinancierd door het ministerie van Landbouw, de provincie Flevoland en de WUR zelf. Het meest zichtbare onderdeel van project is een systeemexperiment op semi-praktijkschaal van 20 hectare, waar jaarlijks gemonitord en bijgestuurd werd. “Net als een boer, sleutelden we voortdurend aan het systeem,” zegt projectleider Pieter de Wolf. “We stellen doelen, meten hoe dicht we erbij komen, en passen aan waar nodig. Het is landbouwonderzoek in de praktijk, met de modder aan de laarzen.”
Van onderzoek naar praktijk
Het project richtte zich op zes hoofdthema’s: teelt en bodem, biodiversiteit, waterbeheer, techniek en energie, circulariteit en veehouderij. Een economisch verdienmodel bleef het uitgangspunt. Een van de opvallendste resultaten was de snelle vooruitgang in nutriëntenefficiëntie: binnen twee jaar realiseerde Boerderij van de Toekomst al 75 procent stikstofefficiëntie, onder meer dankzij gerichte bemesting en de inzet van vlinderbloemigen en groenbemesters die de bodem jaarrond bedekten. De wintergroene percelen met strokenteelt boden bovendien leefruimte voor insectenpopulaties. Dat leidde ook tot hoge biodiversiteitsscores van het project. Ondanks deze euforie bleven de onderzoekers nuchter. “Elk voordeel heeft ook een nadeel,” aldus De Wolf. “Want meer biodiversiteit betekent soms ook meer plaagdruk. Landbouw is per definitie een kunstmatig systeem waarin je continu ingrijpt om een doel te halen. Optimaliseren betekent steeds opnieuw balanceren.”
Bodem, water en biodiversiteit hand in hand
De vaste rijpaden van drie meter die de onderzoekers hanteerden, bleken cruciaal voor de bodemstructuur. Waar andere percelen akkerbouwgrond in natte jaren te kampen hadden met wateroverlast door verdichting van de bodem, bleef de grond van het proefbedrijf opmerkelijk veerkrachtig. “Dat zagen we ook terug in de opbrengst,” zegt De Wolf. “Goede structuur betaalt zich uit.” En om de biodiversiteit in de strokenteelt verder te versterken, werden bloemstroken aangelegd en slootranden geoptimaliseerd als leefgebied voor vogels en insecten. Tegelijk bleven boeren die het bedrijf bezochten sceptisch over de praktische toepasbaarheid: biodiversiteit kan immers ook landbouwkundige risico’s vergroten. De Wolf begrijpt dat. “Je moet ecologische voordelen in samenhang met landbouwkundige doelen zien. Anders groeit het wantrouwen.”
Economie en realisme
Economisch moest het systeem waaraan Boerderij van de Toekomst werkte over vijftien jaar meer perspectief bieden dan het huidige model van landbouw. Daarom richtte men zich bewust op mainstream gewassen als aardappelen, uien en peen. Rooigewassen met lagere financiële opbrengst, zoals suikerbieten, werden geschrapt. Grasklaver en veldbonen werden toegevoegd om stikstof te binden en rust in het bouwplan te brengen. “Je zou de indruk kunnen krijgen dat Boerderij van de Toekomst een speeltuin is, maar het was wel degelijk een serieuze zoektocht binnen de kaders van rendabele landbouw. Productieve landbouw is een doel op zich, gezien de toenemende vraag naar gezond voedsel. Je kunt best duurzaam produceren, maar de grond en watervoorziening zijn té goed om die niet optimaal te benutten.”
Leren vooruitkijken
Een belangrijke les van zes jaar Boerderij van de Toekomst is volgens De Wolf dat de agrarische sector nog veel meer strategisch moet leren denken. “Wacht niet tot een probleem zich aandient. Kies richting, durf te experimenteren, ook als het spannend is. Als sector teren we te veel op de succesvolle innovaties van minstens tien jaar geleden, terwijl het innovatielandschap daardoor opdroogt.” We moeten volgens De Wolf ook minder sectoraal leren denken. Wat er in andere sectoren gebeurt, heeft ook invloed op de akkerbouw en vice versa. De veehouderij bijvoorbeeld staat voor grote uitdagingen, die kunnen leiden tot een flinke krimp van de veestapel. Daardoor ontstaat landelijk mogelijk zelfs een tekort aan dierlijke mest, wat voor Nederland een totaal nieuwe situatie is na decennia mestoverschotten. En juist die mest is weer nodig voor plantaardige productie. “Als er een tekort aan dierlijke mest is, ontstaat ook een prijsprikkel voor akkerbouwers en veehouders om deze waardevolle grondstof efficiënter te benutten. Daar hebben we in Lelystad dus zes jaar met succes aan gewerkt. Momenteel is de situatie tegenovergesteld, akkerbouwers halen soms wel een inkomen uit het ontvangen van dierlijke mest. Daardoor is er nu misschien weinig belangstelling voor dit onderdeel van Boerderij van de Toekomst, maar dat zou de komende jaren zomaar om kunnen slaan. Daarom is het zo belangrijk dat er ergens gewerkt wordt aan vraagstukken die nu nog niet urgent zijn, maar dat zomaar kunnen worden.”