Valse meeldauw is een grote bedreiging voor de Nederlandse uienteelt. Volgens Mark Ermers van Cebeco Agro moeten akkerbouwers alle zeilen bijzetten om de ziekte de baas te blijven. “Perfectioneer je teelt, investeer in kennis en beslissingsondersteunende systemen en schakel een tandje bij met je bedrijfshygiëne. Het moet, want uien telen is topsport.”
Door het teruglopende rendement van granen en suikerbieten is de teelt van uien voor veel akkerbouwers na aardappelen de tweede financiële pijler onder hun bedrijf. Volgens Mark Ermers meer dan genoeg reden om te investeren in de bedrijfszekerheid van de teelt. De productmanager van Cebeco Agro ziet diverse mogelijkheden om de uienteelt verder te perfectioneren. Maar voor hij van wal steekt neemt hij eerst de valse meeldauw onder de loep. “Gevoelsmatig denk je al gauw dat het probleem groter is geworden vanwege de zware aantastingen in 2023 en 2024. Maar afgelopen jaar viel het juist weer mee. Het zijn dan ook vooral de omstandigheden die bepalen of het een probleem wordt, en dan vooral de weersomstandigheden. Want er is altijd wel ergens een bron van valse meeldauw.”
Adviessysteem gebruiken
Voor een gerichte aanpak van de schimmelziekte is kennis van de weersomstandigheden dus cruciaal. Ermers zou het toejuichen als uientelers massaler gebruik zouden maken van de adviessystemen. “Er zijn al valse meeldauw adviesmodules beschikbaar bij de leveranciers van managementprogramma’s. Ze zijn nog niet perfect maar ze geven wel inzicht en bewustwording en daar begint het mee.” Ermers is zelf betrokken bij de ontwikkeling van een adviesmodel voor valse meeldauw van Agrifirm. “Dat zit nu in de testfase. Afgelopen jaar was er weinig ziektedruk maar we hebben wel een reductie van het aantal bespuitingen bereikt zonder dat er aantasting kwam. Met de kennis van nu weet ik zeker dat je met dergelijke systemen minder hoeft te spuiten dan met kalenderschema’s. Minder spuiten bespaart tijd en geld en geeft minder milieubelasting. En misschien nog wel het belangrijkst: minder risico op resistentieontwikkeling. En dat is weer belangrijk voor behoud van het middelenpakket.” In het adviesmodel van Agrifirm speelt naast de vochtsituatie op gewasniveau ook de bladgroei een belangrijke rol.
Matige loofontwikkeling
Ermers ziet nog meer mogelijkheden om de kansen voor de valse meeldauw schimmel te verkleinen. “Denk kritisch na over je rassenkeuze. Er zijn tolerante rassen op de markt die je met een geringere inzet van chemie gezond kunt houden. Het is ook belangrijk om te streven naar een uniform gewas; net als bij de onkruidbestrijding helpt dat bij de timing van bespuitingen. En zorg voor een niet te uitbundige loofontwikkeling. Want hoe meer loof, hoe gunstiger het microklimaat voor de valse meeldauw. Dus matig je kunstmestgift.”
De groene brug
De kansen voor de valse meeldauw nemen toe als de schimmel kan overwinteren. Hoewel valse meeldauw in theorie ook via oösporen de winter door kan komen, wordt in de praktijk overleving via mycelium in levend weefsel als belangrijkste bron gezien. Daarom wordt vaak met een scheef oog gekeken naar de teelt van winteruien. “Die teelten vormen inderdaad een groene brug”, bevestigt Ermers, “De betreffende telers hebben de plicht om de ziekte te bestrijden maar in de praktijk verslapt de discipline soms nog wel eens aan het einde van het seizoen. Dat is een aandachtspunt.” Ook in de reguliere teelt liggen kansen genoeg voor de gevaarlijke schimmel, weet Ermers. “Niet zelden zijn eerstejaars plantuitjes de primaire bron. Helaas krijgen die nog niet allemaal een warmtebehandeling. En ook afvalhopen zijn een risicofactor. Een besmette ui tilt de schimmel in een zachte winter zo naar het volgende voorjaar. Hygiënemaatregelen zijn dus belangrijk. Als we valse meeldauw onder controle willen houden zullen we dus op veel fronten een tandje bij moeten schakelen.”