George Pars van George Pars Graanhandel BV en Poldergraan BV:

"Vertrouwen in de toekomst van graan"

Al 175 jaar is de graanhandel een belangrijk onderdeel van de bedrijfsactiviteiten van George Pars Graanhandel BV. Met aanpassingsvermogen, klantgerichtheid en een evenwichtig pakket diensten en producten verwierf het bedrijf een solide positie in Noord-Nederland en Flevoland. “Er zijn altijd uitdagingen maar dat brengt ook weer kansen.”

In de herfst van het jubileumjaar 2025 spreken we George Pars op een locatie die eigenlijk wel typerend is voor de instelling van het bedrijf. In 2016 grepen vader Jelte en zonen Jarco en George Pars de kans om graanhandel Blonk in Biddinghuizen over te nemen. Het bedrijf werd omgedoopt tot Poldergraan BV en de gebouwen werden gerenoveerd en uitgebreid. Zo werd het werkgebied vergroot en kreeg het bedrijf voet aan de grond in Flevoland. En binnenkort wordt een tweede splinternieuwe schoningsinstallatie in bedrijf genomen waarmee de verwerkingscapaciteit in korte tijd groeit van vijf naar tien ton per uur. De slagvaardigheid om zowel eigen partijen graan als partijen van derden te verwerken neemt daarmee flink toe.

Stapsgewijs uitbreiden

George Pars en zijn broer Jarco namen op 1 juni 2025, een maand voor het officiële jubileum, de leiding over van hun vader Jelte Pars. 175 jaar eerder begon voorvader Johannes Wiltjes Pars een graanhandel in het Friese St. Jacobiparochie, het dorp waar zich nog steeds de hoofdvestiging bevindt. In de jaren die volgden werden de activiteiten stapsgewijs uitgebreid. Anno 2025 levert Pars Graanhandel BV een uitgebreid pakket zaaizaden en meststoffen voor de akkerbouw en rundveehouderij en vanuit de Friese vestiging ook gewasbeschermingsmiddelen en de bijbehorende adviezen en teeltbegeleiding. Granen worden niet alleen verhandeld maar ook geschoond en ontsmet. Voedergraan kan worden geplet en de zaaigranen (jaarlijks ruim 2200 ton) vermeerdert Pars grotendeels bij eigen telers. “Ons motto is dat we de boer verder willen helpen en met dit pakket lukt dat prima”, aldus George.

George Pars van Pars Graanhandel bij hun schoningsinstallatie

Pars graanhandel  en Poldergraan:

  • 22 medewerkers

  • 70.000 ton gangbaar graan per jaar en 4.000 ton biologische granen en peulvruchten

  • 50.000 ton opslagcapaciteit

  • 350 hectare zaaizaadvermeerdering,

  • gangbaar en biologisch

Handel op de boer

Bij de handel in graan zijn de afgelopen decennia grote veranderingen opgetreden. “De fysieke beurzen en de bijbehorende borreluurtjes zijn grotendeels verdwenen”, lacht George. “Bijna alle handel gaat nu telefonisch of digitaal. We zijn trouwens wel lid van de beurzen in Emmeloord en Groningen maar de meeste handel doen wij direct op de boer.” Ook in de teelt zag Pars dingen veranderen. “De telers hebben anno 2025 een enorme zaaicapaciteit. In twee weken tijd gaat 80 tot 90 procent van het areaal de grond in. De boeren zijn goed ingespeeld op natte herfsten als die in 2023.” In de gewasverzorging ziet Pars weinig schokkende veranderingen. “Er wordt wel meer dierlijke mest gebruikt dan vroeger maar de gewasbescherming blijft ongeveer hetzelfde. Meestal blijft het beperkt tot de T1 en T2. Alleen in de dure jaren of bij hoge ziektedruk spoot men wel eens een T0 of T3. En laten we eerlijk wezen: de huidige saldo’s dwingen de boer tot een sobere teelt.”

Stimulansen uit de markt

Ondanks de bescheiden positie die de graanteelt inneemt in veel bouwplannen is de graanhandel voor Pars altijd belangrijk gebleven. “Waar uitdagingen zijn vind je ook weer kansen. Toen er op diverse locaties innamepunten voor graan sloten, kregen bedrijven als het onze nieuwe kansen. En wij hebben in Flevoland met Het Graanschap een hele succesvolle keten opgezet voor biologische baktarwe”, vervolgt George die ook positief is over de toekomst. “Aan de ene kant zal graan altijd het gewas blijven waar het eerst aan wordt geknabbeld als de akkerbouwer bijvoorbeeld ruimte nodig heeft voor bufferstroken. Maar er blijven rustgewassen nodig en de teelt wordt beloond binnen het GLB. Graan is de perfecte voorvrucht of dekvrucht voor een mooie groenbemester. Ook van de markt komen stimulansen. De belangstelling voor lokaal geteeld product neemt toe. En Nederland voorziet nog maar in tien procent van z’n eigen behoefte aan maal- en baktarwe. Wij zien daar kansen om op in te spelen.”